TuinmierTuinmier


Uiterlijk
• Mieren kunnen met hun voelsprieten 'ruiken'. Deze zijn erg beweeglijk.
Doordat een mier twee voelsprieten heeft, voorzien ze de mier van informatie over zowel intensiteit als richting.
• De koningin en mannetjes hebben vleugels.
• Bruingeel, 2 tot 3 mm. lang met donker achterlijf.
• Koninginnen worden tussen de 3,5 en 4,8 mm lang, zijn bruingeel en hebben een donkere kop.
• De mannetjes zijn donkerbruin van kleur met lichtgele poten en antennes.

Ontwikkeling
• De aanvankelijk gevleugelde koningin verliest na de bruidsvlucht haar vleugels en begint een nieuwe kolonie met vleugelloze werksters.
• De koninginnen leggen de eieren..
• 1 of 2 keer per jaar bruidsvlucht.. In Nederland en België gebeurt dit meestal rond de maand augustus; dan zien we de vliegende mieren.
• De werksters zijn de onvruchtbare vrouwelijke exemplaren. Zij bouwen het nest uit, beschermen het en zorgen voor de larven. Het zijn vooral de werksters die op zoek gaan naar voedsel in de huizen, dit tot grote ergernis van de bewoners.
•Mannetjes zijn er meestal alleen gedurende de paringstijd, zij bevruchten de koninginnen. Daarna sterven ze.
• Ei-afzetting in voorjaar en zomer.
• Eerste nieuwe werksters verschijnen in juni - juli. Werksters kunnen 2 - 3 jaar leven.
• Levensduur  ei tot mier in de zomer ca. 2 maanden.

Leefwijze
• Tuinmieren komen in heel Nederland voor in diverse soorten. De nesten vindt u in zandgrond en, meestal buitenshuis onder de straattegels, maar ook onder bloempotten. Dit kan ook binnenshuis voorkomen, bijvoorbeeld als het huis bovenop het nest is gebouwd, of nest tegen de gevel aan.
• Mieren vallen aan en verdedigen zichzelf door te bijten

 

Wering en preventie
• Zoet en levensmiddelen zoveel mogelijk in goed gesloten potten en bussen bewaren.
• Vuil vaat niet laten staan.
• Bestrijding met voldoende vloeistof, plaatselijk.